Veelgestelde vragen

Onzekere vraagjes en geruststellende antwoorden...

“Mijn baby huilt als ik hem in de draagdoek doe. Houdt mijn kind niet van draagdoeken? Moet ik het dan opgeven?”

Wanneer een baby huilt in de doek kan dat aan verschillende factoren liggen. In principe zijn mensenbaby's “gemaakt” om gedragen te worden (we zijn “draaglingen”), en het overgrote merendeel van de baby's zal dan ook weinig problemen maken van gedragen worden. De meeste problemen zijn vrij makkelijk op te lossen

Het kan zijn dat je baby even zal moeten wennen aan dat nieuwe gevoel. De oplossing ligt vaak in het (de eerste keer kort) uitproberen op een rustig moment, wanneer baby niet moe is, geen honger heeft, wanneer mama niet gehaast is. En bewegen! Ga meteen liefst naar buiten om het blokje om te gaan. De afleiding en de gebeurtenissen buiten “halen” de baby “uit zijn huil-trip”, en hij vergeet te huilen en went intussen aan het nieuwe gevoel.

Wanneer beweging niet voldoende helpt kan het iedere keer even aanleggen wanneer je de baby in de doek doet een heel positieve associatie met de doek opwekken.

Een ander aspect van “de eerste keer” in de draagdoek is dat de drager vaak een beetje nerveus, onwennig is. Kinderen hebben heel fijngevoelige antennes en pikken onrust en onzekerheid heel snel op. Het kan helpen om vooraf even geoefend te hebben met een pop of teddybeer, en de handelingen beslist maar rustig uit te voeren.

Een draagdoek die net uit de verpakking komt heeft nog een fabrieksgeurtje. Eén van de hoofdzintuigen van de jonge baby is zijn geurzin. Logisch dat ook een onaangename onherkenbare geur een zekere onrust teweeg kan brengen. Je kan de doek al enkele weken voor je bevalling uit de doos halen en in je favoriete zetel leggen. Zo maak je de doek niet enkel lekker soepel maar zullen ook de huisgeuren en jullie lichaamsgeuren in de doek dringen.

Het kan zijn dat je baby het te warm heeft in de doek. Vergeet niet dat het in de doek dicht tegen je aan tropisch warm is, en op kamertemperatuur heeft een jonge baby eigenlijk niet veel meer nodig dan een body'tje en een luier. De delen die uit de doek steken (beentjes, hoofdje) moeten wel lekker warm gehouden worden: sokjes (of een licht sokbroekje) en eventueel een mutsje zijn dan wel interessant. Wanneer je baby dus huilt in de doek en nogal stevig is ingepakt kan je eens nagaan of hij het niet gewoon te warm heeft.

Sommige baby's mopperen enkel even bij het insteken in de draagdoek en zijn vrij snel weer tevreden eens ze er goed inzitten en mama of papa wat rondloopt (en eventueel vertelt wat er allemaal in huis te zien is).

Soms kan de draagdoek (bv. bij de tricot slen, lange rekbare knoopdoek) een beetje te hard aangespannen zijn. Je baby huilt dan wanneer de laatste band erover wordt getrokken. Laat de laatste band achterwege of knoop de doek opnieuw en laat wat meer plaats tussen je buik en de horizontale band of span gewoon minder hard aan.

Soms heeft huilgedrag in de draagdoek ook te maken met het feit dat je kindje een zeer alerte baby is die graag om zich heen kijkt. Sommige draagdoeken of posities geven het kindje weinig mogelijkheden om rond te kijken. Een andere houding waarbij je kindje beter kan zien, eventueel hoog op je rug of op je heup, is vaak een oplossing dan. Vooral oudere baby’s hebben hier vaker behoefte aan. Wanneer je je baby buik-tegen-buik draagt in een knoopdoek kan het al helpen om de band ter hoogte van je schouder om te klappen zodat het gezichtsveld vrijgemaakt wordt en je baby makelijker kan zien.

Een andere, veel voorkomende reden van onrust in de draagdoek bij een jonge baby kan zijn dat de kommahouding te “plat” aanvoelt voor je kindje. Sommige kindjes willen liefst zo rechtop mogelijk zitten, van in het begin. Wanneer je je pasgeborene stevig omspannen tegen je buik aan draagt , en het hele lijfje en de beentjes in een “zakje” kunnen zitten is dit geen probleem (zie bv. de refluxhouding en de kangoeroemethode bij tricot slen). Een andere mogelijkheid is dat je de kommahouding wat verticaler maakt, zodat het hoofdje hoger komt te liggen dan de rest van het lijfje.

Een kindje dat vaker een beetje overgeeft en kindjes met reflux zullen waarschijnlijk huilen wanneer zij te plat in de draagdoek worden gedragen.

Sommige kindjes zijn buiten in de draagdoek totale engeltjes maar zetten het op een krijsen als je binnen bent. Zij hebben vaak veel beweging en afleiding nodig, of houden gewoon niet van het omvatte gevoel van drie lagen stof boven mekaar. Zij zijn dikwijls wel tevreden op de arm of in heupzit in een sling, liefst terwijl je heel theatraal een activiteit uitvoert!

Haal je baby er wel meteen uit als beweging niet helpt of als ze hard begint te huilen. Het heeft dan geen zin om verder te proberen en een negatieve associatie kan worden veroorzaakt.

Een laatste tip die handig kan zijn wanneer je begint met een draagdoek, is je baby in dezelfde houding beginnen dragen als die normaalgezien graag los in je armen gedragen wordt: dus wanneer je baby graag neerligt op je arm is de kommahouding een goede houding om mee te beginnen, en als die liever rechtop gedragen wordt kan je met een buik-tegen-buik houding starten. Eens je baby gewend is aan de draagdoek kan je met andere houdingen experimenteren.

“Maak ik mijn kind niet te afhankelijk van die draagdoek? Zal hij wel leren om alleen te kunnen spelen?”

Een baby maar ook mensen in het algemeen hebben eerst zelfvertrouwen en basisveiligheid nodig vooraleer ze een stap in het onbekende durven te zetten. Baby’s die hun omgeving als veilig ervaren zullen rapper dingen durven ondernemen dan baby’s die te vroeg gepushed worden om onafhankelijk te worden. Vaak dragen geeft het kindje veel veilige ervaringen waardoor het de wereld durft te leren vertrouwen.

Ieder kind ontwikkelt zich op zijn of haar unieke manier. Sommige baby's vinden het leuk om al vrij vroeg lang alleen te spelen en andere kinderen doen er maanden of jaren over om langer dan een halfuurtje alleen bezig te zijn.

Baby's die vaak in een doek gedragen worden terwijl de drager zijn of haar gewone dagdagelijkse gang gaat leren ook dat ze niet constant geëntertaind moeten worden om zich goed te voelen.

“Als ik mijn kind vanaf de geboorte draag, zal hij dan wel de overstap kunnen maken naar een onthaalmoeder of de kribbe?”

Of je kindje het aankan om zonder jou te zijn hangt af van zijn leeftijd, zijn karakter, de omgeving en de personen bij de opvangplaats.

In de praktijk is de omschakeling naar de opvang een gebeurtenis die soms wel wat traantjes kan doen vloeien, maar het is zeker niet gezegd dat het niet gebruiken van een draagdoek dit zou kunnen verhinderen.

Het is misschien ook wel een beetje een kromme redenering: “mijn kind beter niet laten wennen aan aanraking en contact, want anders gaat dat misschien ooit in de toekomst problemen geven...”

Bovendien is babydragen dé manier om het contact tussen jou en je baby te bevorderen en zo de tijd die jullie gescheiden waren weer in te halen!

Iedere andere persoon dan de (biologische) moeder (ook partner) moet zijn of haar eigen “draai” vinden met het kindje. Het gebruik van een draagdoek staat hier eigenlijk los van. Er zijn heel wat draagdoekbaby’s bij wie de kinderopvang succesvol en vrijwel moeiteloos is verlopen.

Vergeet niet dat je eventueel je draagdoek ook kan proberen te introduceren bij de opvang!

“Ik heb snel rugklachten. Kan ik dan wel een draagdoek gebruiken?”

Eigenlijk is het gebruik van een goede draagdoek juist aan te raden voor mensen met rugklachten! Een baby wil vaak gedragen worden, en een baby gewoon zo in je armen dragen is veel vermoeiender voor je rug en je schouders dan de baby in een doek dragen die het gewicht verdeelt over verschillende punten.

Onderzoek heeft uitgewezen dat frequent babydragen met een draagdoek niet schadelijk is voor de rug, zeker niet wanneer je symmetrisch draagt (over twee schouders, of rond je torso). Een knoopdoek is eigenlijk het meest ergonomische model, en verdeelt het gewicht heel goed over je schouders, rug en bekken. Vergeet niet om de banden goed uit te (laten) spreiden over je schouders en je rug, en draag je baby hoog genoeg in de knoopdoek (je moet makelijk een zoen kunnen geven op het hoofdje van je baby). Ook regelmatig afwisselen van houdingen wordt als ontlastend ervaren door mensen met rugklachten. Luister wel naar je lichaam! Als je pijn of spanning voelt wordt het tijd voor een andere houding, een andere doek, een andere drager (papa!) of om even te gaan rusten in de zetel!

Rugdragen wordt ook als minder vermoeiend ervaren dan je baby op je buik dragen: het zwaartepunt van je baby zit dan nog dichter bij je wervelkolom.

Sommige moeders met rugklachten vinden torsodragen een welkome afwisseling omdat daarbij veel gewicht door het bekken wordt opgevangen.

Wanneer je een rekkende tricot knoopdoek gebruikt kan het zijn dat wanneer je kind zwaarder wordt je meer rugklachten krijgt. Dan wordt het misschien tijd voor een niet rekkende doek zoals de geweven knoopdoek.

Wanneer je begint met babydragen als de baby al wat ouder is en jij dus geen geoefende drager bent, is het raadzaam om het dragen op te bouwen; begin bv. met 20 minuutjes per keer, een aantal keer per dag en bouw dan op.

“Ik ben niet sterk. Is het gebruiken van zo'n doek niet te zwaar?”

Op het einde van je zwangerschap ben je heel wat kilo's bijgekomen. Wanneer je bent bevallen, ben je 8 à 10 kg hiervan meteen weer kwijt (baby+placenta+bloed+vruchtwater+...). Je krijgt er 3 à 4 kg baby voor in de plaats. Dus: je moet al 4 à 7 kg minder gewicht dragen dan wanneer je hoogzwanger bent. Wanneer je vaak genoeg draagt vanaf de geboorte zal je lichaam zich aanpassen aan het geleidelijk bijkomende gewicht door meer spierweefsel te ontwikkelen.

Veel moeders die zelfs hun peuter nog vrij vaak dragen ervaren dit niet als een zware last, omdat hun lichaam gewoon is aan het gewicht.

Vergeet niet dat je gewrichten tijdens de zwangerschap oiv hormonen “losser” zitten. Eventuele rug- of bekkenklachten zullen na de bevalling afnemen.

“Ik hoor vaak dat een draagDOEK beter is voor de rug van je baby dan een draagZAK. Is een draagZAK nu werkelijk zo erg?”

Een draagzak zoals de Babybjörn, Kipling, Chicco, en al die voorgevormde rigiede buikdragers is eigenlijk - ongeacht wat er op de verpakking of de gebruiksaanwijzing staat, of ongeacht welke nieuwe laatste snufjes er aan de draagzak zijn toegevoegd - ongeschikt voor jonge baby's, omdat ze door het rigiede materiaal waaruit ze gemaakt zijn een natuurlijke bolling van de wervelkolom (totaalkyfose) niet mogelijk maken, en omdat het lichaampje niet voldoende ondersteund wordt.

Het gevaar op heupluxatie is in een draagzak veel groter omdat de beentjes weinig gespreid zitten en de steun niet tot in de knieholtes gaat. Het hele gewicht van de beentjes hangt dus in een niet-correcte houding te bengelen aan de kop van het bovenbeengewricht waardoor die makkelijker uit de pan van de heup kan schieten.

Het kind in de draagzak wordt dus zeker niet in “kikkerhouding” (= de anatomisch perfecte houding voor een baby: bolle rug, knietjes geplooid opgetrokken, beentjes 90 - 100° gespreid) gedragen, maar eerder in een “parachutistenhouding”: het enige punt waarop al het gewicht terechtkomt is het kruis van de baby: het lichaampje hangt vrij recht (en met een holle rug!) boven en in het verlengde van dat kruis, zodat alle gewicht recht naar beneden op dat onderste deel van de wervelkolom en het bekkentje terechtkomt, en het gewicht van de beentjes veroorzaakt nog meer stress op de gewrichtjes van het bekken van de baby.

Ter vergelijking: In een draagdoek kan de stof worden opengetrokken van knieplooi tot knieplooi en kan het rugje doorbollen door de soepelheid van de stof. Hierdoor is de kikkerhouding wel mogelijk. Een baby in een draagdoek mag dus in principe 24/7 gedragen worden.

Iedere stap die de drager maakt wordt bij een draagzak op een heel kleine oppervlakte (bekken) van de baby geïncasseerd. Dus de normale schokken bij het bewegen en stappen met een kind in een draagsysteem worden niet over het gehele lichaam van de baby verdeeld.

Bij een draagdoek worden de schokken over het gehele lijfje opgevangen, in een correcte houding, gedempt door de veerkrachtigheid van de stof. Een baby in een draagdoek wordt niet blootgesteld aan gevaarlijke schokken, ook niet wanneer je veel beweegt.

De meeste osteopaten met draagdoekervaring zijn om bovengenoemde redenen bvb niet te spreken over draagzakken en stellen dat deze een nefaste invloed kunnen hebben op KISS-problemen. Kinderfysiotherapeuten zeggen dat het gebruik van een draagzak een nadelige invloed heeft op de ontwikkeling van de gewrichten en de wervelkolom en het bekken.

(Kinder)fysiotherapeuten en pediaters hebben daarentegen ontdekt dat het gebruik van de draagdoek juist een zeer gunstig effect heeft op de hele lichamelijke ontwikkeling. Door de ideale houding ontstaat er een zeer gelijkmatige druk in de gewrichten waardoor het zachte kraakbeen makkelijker kan verharden, hetgeen nodig is om te kunnen leren zitten, staan,...

Door de bewegingen in de draagdoek worden spiersamentrekkingen uitgelokt die de balans van het kind versterken. Zo kunnen evenwichtsgevoel, hoofdstabiliteit en rompstabiliteit goed gestimuleerd worden en zich optimaal ontwikkelen.

Aan de leeftijd waarop het niet meer zo nefast zou zijn voor de ontwikkeling van de rug en het bekken van het kindje, omdat de wervelkolom van het kind al een meer volwassen vorm heeft aangenomen, (holling thv de nek, bolling thv de thoracale wervels en holling thv de lendenwervels), is het kind VEEL te zwaar en te groot om nog te kunnen dragen in een draagzak, want het kind is dan al vaak meer dan een jaar oud!

Andere nadelen: Een draagzak is duurder en minder milieuvriendelijk geproduceerd, er is minder lichaamscontact tussen baby en drager, je hebt minder draagmogelijkheden, het is minder compact en dus minder makkelijk op te bergen, het is onveiliger (slechts één sluitsysteempje moet het laten afweten en de zak klapt helemaal open), en borstvoeding geven in zo'n draagzak is bijna onmogelijk.

In een draagzak gedragen worden is bovendien ook voor de baby niet comfortabel en erg vermoeiend, hoewel de baby natuurlijk ook gewoon blij is zo dicht bij mama, wat zou kunnen verklaren waarom er nog baby's zijn die wel graag in de draagzak zitten. ;-)

Een baby die vaak in zo'n draagzak heeft gehangen heeft meer kans op latere rugklachten. (scolioses, lordoses,..) En een drager die enkel dit niet-ergonomische systeem gebruikt zal het dragen niet zo lang volhouden of zelfs rug- en schouderklachten kunnen ontwikkelen. De beentjes van de baby zitten in een draagzak niet om je middel maar hangen recht naar beneden, waardoor het zwaartepunt van je baby een stuk verder en lager van je eigen lichaam afhangt, en dat is absoluut niet bevorderlijk voor ergonomisch dragen. De schouderbanden van zo'n draagzak zijn ook gewoon veel te smal en te stug om het gewicht echt over je lichaam te kunnen spreiden, dus van rugvriendelijk dragen is eigenlijk sowieso geen sprake.

Wat draagzakfabricanten ook mogen beweren, draagzakken zijn NIET ergonomisch. Noch voor de drager, noch voor het kind.

Maar aan u de keuze, natuurlijk... ;o)

“Heeft mijn baby wel genoeg plaats in de doek? En gaat die niet stikken onder al die stof?”

Baby's houden van een “ingepakt” gevoel, zodat ze hun lichaamsgrenzen goed kunnen ervaren en tot rust kunnen komen. Een baby heeft in de baarmoeder stevig omvat gezeten en kan dan ook na de geboorte onrustig worden wanneer hij op zijn rug in een wieg of bedje wordt gelegd waar hij geen grenzen, uiteinden ervaart. Hij verliest zijn lichaam in de ruimte, een zeer beangstigend gevoel...

Vandaar dat inbakeren nu een hernieuwde trend is die vaak door vroedvrouwen of door kind&gezin gegeven wordt bij onrustige baby’tjes. Dit moet wel kritisch bekeken worden. Te streng en strak inbakeren brengt mogelijk gevaarlijke risico's met zich mee. Zo overstrek je je kindje veel te vroeg, en rek je onnatuurlijk de tijd tussen voedingen terwijl je pasgeboren baby juist vaak behoefte aan (borst)voeding heeft, ook op onregelmatige tijdstippen. Je creeërt afstand die niet nodig is en energie kan niet afvloeien. Je kindje vindt zijn handjes niet meer, hetgeen nochtans inherent is aan het signaleren van honger naar de mama toe. Potentiële gezondheidsproblemen (zoals koorts, pijn) kunnen over het hoofd gezien worden.

Je baby in een draagdoek dragen heeft alle rustgevende voordelen van inbakeren zonder de nadelen ervan! ’s Nachts is een dekentje of trappelzak dat grenzen aangeeft anatomisch gunstiger dan een strak gewikkelde bakerdoek, of: mama’s beschermende armen rond het kindje heen!

Een zeer universeel kenmerk aan baby's is trouwens dat ze je luid en duidelijk laten weten wanneer ze zich niet comfortabel voelen. Dus wanneer je baby er schijnbaar gelukkig uitziet in de doek, dan IS die dat ook! Kijk dus naar je kind als je twijfelt!

Onderzoek heeft trouwens ook uitgewezen dat baby's in de doek zeker voldoende zuurstof krijgen: het zuurstofgehalte in het bloed is blijkbaar hoger bij baby's die ingepakt in de draagdoek gedragen worden dan bij baby's die in een open wieg of parkje liggen!

De deining van de borstkas van de drager, de bewegingen die de drager maakt, zijn hartslag en stemgeluid, de cadans van zijn stapritme prikkelen je baby op een zachte manier om regelmatiger verder te blijven ademen.

Baby's worden geboren met een erg onrijp zenuwstelsel, en hun hartslag en ademhaling verlopen in het begin nog erg onregelmatig. Vandaar ook het risico op apneu (ademhalingsstilstand, kan resulteren in wiegendood) bij jonge baby's.

Baby's die in de draagdoek zitten worden dus regelmatig “herinnerd” aan het ademhalen, en de constante aanraking en massage in de doek zorgen ervoor dat het zenuwstelsel zich optimaal kan ontwikkelen zodat vitale functies zoals ademen, hartslag sneller meer gecoördineerd kunnen verlopen.

Om die reden is het gebruik van een draagdoek een uitstekende preventie tegen wiegendood!

Doe wel geen waterdichte jas boven je draagdoek aan waarbij het hoofdje van het kindje ook bedekt wordt. Check of je baby's neusje vrij is en hij plaats genoeg heeft om het hoofdje naar links of rechts te draaien zodat een wang tegen je borst aan komt te liggen. Wanneer je een goede draagdoek op een correcte manier gebruikt zijn draagdoeken perfect veilig. Met goede draagdoeken bedoel ik doeken die je goed kan aanspannen op je eigen maat en die van je baby en waarmee je je baby goed kan steunen. Veel voorgevormde babydragers zoals die banaanvormige zakken met zo'n kliksysteem geven te weinig steun waardoor je baby er diep en scheef in wegzakt en de luchtcirculatie gehinderd wordt. Ook de houding van je baby speelt een belangrijke rol: de houding waarbij je baby helemaal plat ligt is af te raden. Het rechtop dragen van je baby, buikje stevig en hoog tegen jouw buik aan is veilig en aangenaam voor je baby. En je kunt altijd een deel van de draagdoek wat naar beneden omslaan om je baby een ruimer zicht te geven en contact te houden met je kind. Als je je niet gerust voelt kan je ook een draagdoekenworkshop volgen.

“Mijn moeder zegt dat ik mijn kindje teveel in de doek draag en dat ze niet zal leren omrollen of zitten als ze niet regelmatig oefent in de box of op de grond. Klopt dit?”

Doordat een baby in een lichamelijk en zintuiglijk gunstige positie zit - de kikkerhouding zorgt bijvoorbeeld voor de meest ideale drukverdeling in het heupgewricht waardoor het zachte kraakbeen makkelijker kan verbenen - terwijl het de bewegingen van de moeder passief ervaart (dit lokt de zogenaamde “parachutereacties” uit waarbij spieren in de nek en romp samentrekken), krijgt het kind snel hoofd- en rompstabiliteit. Er kruipt veel minder energie in stress en huilen waardoor de hersenen meer gelegenheid krijgen zich te ontwikkelen en spiercontrole te verwerven. Door deze controle hoeft het kind minder te “oefenen” en kan het een bepaalde vaardigheid vaak al na enkele pogingen.

Aanraking zorgt ervoor dat baby's zenuwstelsel zich optimaal ontwikkelt. In een draagdoek wordt je baby continu zacht “gemasseerd” en aangeraakt. Hierdoor kunnen losse neuronen met elkaar in verbinding komen, synapsen vormen. Dit is dus het rijpen van het zenuwstelsel. Door vaak gedragen te worden gaan de kleine hersenen (=cerebellum) goed groeien. En alle mogelijke bewegingen, gaande van een bal opvangen tot een viool bespelen, zijn afhankelijk van het cerebellum.

Je kan dus ook afwachten tot je kindje zelf aangeeft dat het de wereld buiten de doek wil ontdekken! Meestal begint dit ergens rond de kruipfase.

Ik wil mijn baby graag op mijn rug beginnen dragen, maar heb nog geen enkele ervaring daarmee, en ik ben een beetje ongerust dat het te moeilijk is of dat ik mijn baby zal laten vallen bij het aandoen. Welke doek kan ik gebruiken?”

Hoewel het leren gebruiken van een geweven knoopdoek zeker niet zo moeilijk is, schrikt het knopen sommige ouders af.

Ouders die er niets voor voelen om te moeten oefenen met hun doek voor ze hem echt comfortabel op hun rug kunnen gebruiken, zijn vaak heel tevreden met een Aziatisch model, zoals de mei-tai of de ergo baby carrier. Deze draagdoek noem ik soms al lachend “idiot proof” ;o))), omdat je er eigenlijk weinig of niks verkeerds mee kan doen, het hele systeem wijst zichzelf uit! Je kan je baby op je rug krijgen door hem in een halfgeknoopte doek op je heup te zetten en naar achteren door te schuiven, of je kan vertrekken vanaf een oppervlak zoals een bed, zetel, kast,...

De zsazsa , kubeba, babywrap,.. zijn torsodragers, geschikt vanaf een week of zes, met een duidelijke manier van vastgespen, waarin je kindje ook nog eens zelf vastgegespt zit. Je vertrekt er eenvoudigweg mee vanaf een oppervlak waar je je baby in de doek op legt. Zie ook de gebruiksaanwijzing van de zsazsa.

“Slaapt mijn baby wel goed genoeg in de draagdoek?”

Veel mensen denken nog steeds dat de meeste baby's absolute stilte en duisternis nodig hebben om te kunnen slapen.

Baby’s zijn echter geprogrammeerd om aanwezig te zijn bij de mama, waar die ook mee bezig is. Ook wanneer dat betekent dat er geen absolute stilte is. Ook wanneer er veel geschommel is door de actie van de moeder. Of: net DOORDAT de mama veel beweegt, ademt, praat valt de baby juist makkelijk in slaap!

Je kan wel, bvb als je kindje wat ouder is, de prikkels verminderen door het gezichtje naar binnen te dragen of door een deel van de stof van de doek over het hoofdje te trekken wanneer je merkt dat ze moe worden.

Er zijn ook baby’s die extra gevoelig zijn en gewoon veel minder prikkels kunnen verdragen. Dan gebruik je natuurlijk best je gezond verstand en bied je voldoende prikkelarme rustmomenten aan. Dit hoeft meestal niet per definitie op een donkere geluidsdichte kamer te zijn. Een natuurwandeling met de draagdoek of wandelen door je licht verduisterde huis met een zacht muziekje op de achtergrond kan dan ook uitkomst bieden. Ook stofzuigen kan wonderen verrichten...

Vaak is alleen het inslapen een moeilijk momentje. Eens baby diep genoeg slaapt, na ongeveer een kwartiertje, (ook te zien aan de “limp limb”-test: hef een armpje op en laat het vallen: wanneer het naar beneden ploft zonder spierspanning is de slaap diep genoeg) kan je weer gewoon verderdoen waar je mee bezig was, ook al is er wat (achtergrond)geluid bij.

Een baby die overdag veel in de draagdoek slaapt kan ook makkelijker het onderscheid leren maken tussen dag en nacht: zo kan die 's nachts misschien langere stukken aaneen slapen en de hazenslaapjes bewaren voor overdag in de draagdoek!

Hazenslaapjes zijn overigens heel normaal slaapgedrag voor baby's, en ze worden er eigenlijk zelfs slapend slimmer door: een baby in een doek heeft meer REM-slaap en dat is goed voor de ontwikkeling van de hersentjes!

“We gaan binnenkort op reis met onze peuter. We doen een actieve wandelvakantie doorheen bergen en bossen, dus een buggy is absoluut geen optie. Is het interessant om zo'n metalen rugdrager te gebruiken of toch liever een draagdoek? En welke dan?”

Een rugdrager met metaalframe is minder ergonomisch dan een goede draagdoek. Het gewicht wordt op minder punten van je lichaam gespreid, en je kind hangt verder van je lichaam af dan bij een doek. Bovendien kan je met zo'n rugdrager ook niet meer doen dan rugdragen, terwijl je met de meeste draagdoeken ook nog eens op je heup en je buik kan dragen. Een draagdoek is compact en licht: je kan die makkelijk opbergen en je hoeft niet nog eens het extra gewicht van die zware drager erbij te dragen.

De meest ergonomische doeken voor langere afstanden zijn de geweven knoopdoeken en de Aziatische doeken. Als je zoekt naar een draagdoek die het gewicht vooral oover je bekken verdeelt kan een torsodrager zoals de zsazsa of kubeba ook een rugvriendelijke mogelijkheid zijn, maar met deze rugdrager zal een man iets minder comfortabel kunnen dragen dan een vrouw, dus dat maakt het afwisselen van de lasten (papa peuter even laten dragen en mama de rugzak) minder evident.

Goeie reis!

“Ik ben zwanger van mijn tweede kindje. Mijn peuter wil graag nog af en toe op mijn rug in de draagdoek. Mag dat en hoe doe je dat?”

Regel nummer één is: Luister naar je lichaam! Als jij het aangenaam vind om je peuter te dragen hoef je het niet te laten, maar let op de signalen van je lichaam en rust op tijd uit wanneer je pijn of vermoeidheid voelt (of liefst voor je pijn en vermoeidheid voelt).

Over heel de wereld heen zijn er veel zwangere vrouwen die hun kinderen dragen, en zij kiezen meestal een draagwijze waarbij er geen stof over de buik loopt.

Een geweven knoopdoek kan je zo knopen dat de banden boven of onder je buik zitten (tibetan, rucksack-methode) en een mei tai ook.

Sommige moeders vinden een torsodrager zoals de zsazsa ook vrij aangenaam, met een gesp onder de buik, en de andere boven de borst.

In principe kan je ook een ringsling gebruiken, maar aangezien zwangere moeders nog al eens last kunenn hebben van hun bekken dat instabieler wordt is symmetrisch dragen wel meer aangewezen. Een ringsling draagt asymmetrisch, over één schouder.

Maar ook hier geldt weer: luister naar je lichaam en doe waar je je goed bij voelt.

“Is het wel goed voor het rugje van mijn baby om lang in een draagdoek te zitten?”

Een baby leeft negen maanden “in een bolletje” in de baarmoeder. De gewrichtjes van een foetus en een jonge baby zijn allemaal gebogen. Dit is ook de anatomisch correcte positie voor de zachte gewrichten van de pasgeborene. In deze houding krijgt het lichaam van je baby de mogelijkheid om zelf heel geleidelijk te openen, te strekken.

Gedragen worden in een draagdoek is goed voor de ontwikkeling van de wervelkolom van de baby; een jonge baby die plat in de box of de wieg ligt ondergaat eigenlijk een onnatuurlijke strekking en druk op de ruggegraat terwijl hij veel meer baat heeft bij een gebogen houding zoals in je armen of een draagdoek gedragen worden, of in een soort hangmatje. Er worden meer lordoses (te holle rug) vastgesteld bij kinderen hier, waarschijnlijk ook door dit te vroeg overstrekken, door veel en langdurig liggen op een volledig plat en rigide oppervlak of een rigide voorgevormde schelp zoals bv. een maxicosi. Een soepele draagdoek volgt de natuurlijke buiging van alle gewrichtjes met de zogenaamde kikkerhouding.

Kikkerhouding

Deze baby neemt een kikkerhouding aan:

Deze houding kan je perfect waarborgen in een draagdoek. Ook om die reden is het bijvoorbeeld niet slecht om je kindje niet enkel te dragen wanneer die huilt of moet inslapen, maar ook gewoon overdag wanneer die tevreden en wakker is of tijdens een dutje. Met een draagdoek kan je in principe van 's morgens vroeg tot 's avonds laat dragen zonder dat het rugje belast wordt.

Babybjörns e.d. zijn inderdaad slecht voor de rug van een jonge baby, omdat deze voorgevormde draagZAKKEN te rigiede zijn en te weinig goedverdeelde steun geven waardoor teveel gewicht op de ruggengraat van de baby terechtkomt. De beentjes worden niet tot in de knieholtes gesteund in een gebogen houding gedragen, maar bengelen gewoon naar beneden. De houding waarbij je kind met het buikje en gezichtje naar buiten gedragen wordt is om dezelfde reden ook af te raden met de beentjes gestrekt uit de doek bengelend.

“Kan ik ook borstvoeding geven in de draagdoek? Welke draagdoek heb ik daarvoor nodig?”

In principe kan je voeden in iedere doek die je vooraan op je buik of op je heup kan gebruiken.

Hoe verstelbaarder de soort draagdoek of de knooptechniek is, hoe makkelijker het voeden verloopt. Een baby die op de juiste hoogte hangt om goed aan je borst te kunnen drinken hangt eigenlijk te laag om rugvriendelijk te kunnen dragen, en omgekeerd: een baby die op de juiste draaghoogte hangt, hangt eigenlijk te hoog om goed te kunnen aanleggen.

Dus wanneer je een draagdoek gebruikt die je kan aanspannen en losser maken kan je je baby hoger (draaghoogte) of lager (voedhoogte) positioneren.

Voeding Rekbaar

Met een rekbare knoopdoek kan je je baby ofwel rechtop buik-tegen-buik ofwel in kommahouding leggen in de horizontale “binnenband” van de kangoeroemethode, maar dan moet je dus wel het kruis losmaken om je baby wat te laten zakken tot op de juiste voedhoogte. Als je baby op de juiste hoogte is kan je je baby aanleggen, aanspannen (banden aantrekken) en dan de banden weer stevig over je baby kruisen en afknopen.

Je kan je baby dus rechtop buik-tegen-buik in de band zetten zo, of vanaf je heup voeden, en dat is eigenlijk de correcte houding: je voedt je baby dus best niet liggend in de doek, omdat je baby het makkelijkst kan zuigen, slikken en ademen als die correct rechtop gedragen wordt: in de correcte kikkerhouding dus, en met ruim twee vingers tussen de kin van je baby en het borstkastje. Als je toch in wiegehouding wil voeden of onder een lap stof is het veiliger om dat met aandacht te doen en contact te houden, en een piepjonge baby voedt je eigenlijk het makkelijkst als je erbij gaat zitten en er de tijd voor neemt. Zelf geef ik de voorkeur aan voeden vanaf de heup, bvb met een ringsling.

Met een geweven knoopdoek kan je je baby liggend of rechtop voeden voor je buik d.m.v. de kreuztrage knooptechniek. Deze techniek kan je “afwerken” door de uiteinden van onder naar boven doorheen de banden van het kruis te steken, zodat je de doek eenvoudig en snel kan lossen en aanspannen.

Video link icon Kreuzwiege (liggend, vanaf de geboorte), kreuztrage (rechtop, vanaf een maand of drie in het kruis)

Met een ABC (bv. mei-tai of ergo) op je buik kan je de doek ook even losser maken (knoop losmaken en wat laten zakken of gespen laten vieren) zodat je baby lager komt te hangen, aanleggen, en weer aanspannen/vastmaken.

De allerhandigste borstvoedingsdoek is wel de ringsling, omdat je deze doek heel snel losser kan maken zodat je baby's mondje kan laten zakken ter hoogte van je tepel, en op die hoogte dan weer goed kan aanspannen om extra steun te geven tijdens het voeden. Je kan er zowel in de “madonnahouding” (liggend voor je buik) mee voeden als rechtop op je buik of heup, als in de “rugbyhouding” (met de rest van het lichaampje onder je arm doorgeschoven).

De rugbyhouding ervaren veel moeders met grotere borsten als een geschikte houding om in te voeden, bvb in een ringsling: hierbij leg je je baby met het hoofdje naar de ringen toe, maak je de doek een klein beetje losser, en schuif je je baby mét de doek door onder je arm (dus ringen verschuiven mee), tot wanneer het mondje op de goede hoogte is.

Omdat je met deze doek zo gemakkelijk je kindje kan doorschuiven, kan je bvb ook een baby op je rug tijdens de afwas even naar je borst doorschuiven om aan te leggen. Het is een draagdoek die het voeden op verzoek een stuk handiger en haalbaarder kan maken.

Video link icon Ringsling met pasgeborene

Een hele handige tip bij voeden in de draagdoek, is om zelf een truitje aan te doen met een elastische uitsnijding die je naar beneden kan trekken om je borst over de uitsnijding te scheppen. De bovenkant van je borst is toch quasi onzichtbaar door de draagdoek en zo hoef je niet te zitten prutsen om je truitje omhoog te trekken tussen je baby + draagdoek in, en achteraf weer alles naar beneden te krijgen.

“Hoe kan ik mijn draagdoek in de winter gebruiken?”

Je kan je baby, in een lekker warm pakje gekleed, met extra kousjes en/of beenverwarmertjes en een warme muts, in de draagdoek onder je jas dragen, maar dan moet je ofwel een (te) grote jas gebruiken om die te kunnen toeritsen, ofwel een speciale draagdoekenjas aanschaffen (of een speciaal tussenstuk om tussen je eigen jas te ritsen), ofwel je jas laten openhangen. Een extra sjaal kan dan wel voor wat meer warmte zorgen. OF je kan mits enige handigheid en een naaimachine (of een handige vriend(in), (schoon)moeder of -vader zelf een draagdoekenjas maken !

Ik draag mijn kind meestal boven mijn eigen jas, lekker warm ingeduffeld in een fleecepakje.

Er bestaan ook draagdoekponcho's met twee openingen: één voor je eigen hoofd en één voor het hoofdje van je kind!